Het Nederlandse innovatiebeleid is te weinig gericht op de behoeftes van overmorgen. Op deze analyse in de vorige Bits&Chips kwamen enkele instemmende reacties uit de academische wereld. Logisch, zult u zeggen, maar de felheid van de reacties was onverwacht. De academici bezigden termen als ‘gedrocht’ en ‘onding’. Het chagrijn over het topsectorenbeleid was dus aanzienlijk groter dan ik had gedacht.
Na vijf jaar topsectoren ervaren onderzoekers (vermoedelijk bij alle kennisinstellingen) het kennelijk nog altijd als een schoffering dat de industrie daarbinnen zo veel zeggenschap heeft over onderzoeksagenda en -geld. Formeel bepalen instellingen en bedrijven gezamenlijk die agenda, in de praktijk komt er natuurlijk alleen iets van de grond als bedrijven er iets in zien.
Dat moet je de industrie niet verwijten, maar de politiek: zo is het beleid ontworpen. In beginsel is er ook niets op tegen, mits in de juiste balans met andere vormen van onderzoek. De wetenschap zelf hoeft daar niet onder te lijden. Met het schrijven van het Natlab-boek werd me eens te meer duidelijk dat toepassing en voortreffelijke wetenschap prima hand in hand gaan.

