Tweebenige robots lopen vaak door een voet stevig neer te zetten en de andere vervolgens te verplaatsen. Mensen doen dat anders. Die laten zich tijdens een groot deel van de stap vallen en stabiliseren zich door hun voet iets te verplaatsen. Dat is een stuk energiezuiniger. TU Delft-promovendus Daan Hobbelen probeerde dit verschijnsel te doorgronden en in robots te implementeren.
Toen de Tsjechische gebroeders Čapek het woord robot introduceerden in de jaren twintig van de vorige eeuw, doelden ze op humanoide exemplaren; machines die zich op twee benen voortbewegen, kunnen nadenken en de mensheid dienen. De daadwerkelijke robots die sindsdien het licht zagen, voldoen maar gedeeltelijk aan dit sciencefictionbeeld. Met dat dienen van de mensheid zit het wel snor. In fabrieken staan bijvoorbeeld eindeloze rijen lasrobots onvermoeibaar hun werk te doen. Het zelf nadenken is al beperkter, alhoewel een robot officieel pas zo mag heten bij enige mate van zelfstandigheid. Met de alsmaar toenemende rekenkracht van IC‘s gaat dit de goede kant op.
Alleen dat lopen op twee benen, dat wil nog niet echt van de grond komen. Alhoewel dit simpel lijkt, blijkt het doorgronden hiervan nog niet zo makkelijk. ’De menselijke prestaties zijn veruit beter dan die van lopende robots. Het is maar gedeeltelijk bekend hoe mensen bewegen en zich stabiliseren‘, legt promovendus Daan Hobbelen uit. Hij bestudeerde de afgelopen jaren bij de TU Delft de menselijke loopbeweging aan de hand van robots. ’Die kennis is op twee manieren interessant. Aan de ene kant voor mensen die moeite hebben met lopen, bijvoorbeeld door een handicap. Een goed begrip is dan van belang om ze te helpen met protheses en hulpmiddelen, of voor training. Aan de andere kant zijn er de robots.‘
