De TU Delft, de Universiteit Twente en het Erasmus Medisch Centrum hebben een jaren oud raadsel opgelost rond ultageluid en gecoate gasbelletjes in het bloed en. Deze bolletjes worden beoogd als contrastmiddel voor ultrageluid of als lokale leverancier van medicijnen; met een ultrageluidpuls spatten ze namelijk uit elkaar. De grote vraag was alleen: waarom?
Dat hebben de onderzoekers nu beantwoord met een combinatie van numerieke simulaties en de Brandaris 128, een camera die tot 25 miljoen beelden per seconde kan schieten. De boventonen die ontstaan door interactie met het lichaam bleken de sleutel te zijn.
De bolletjes waar het om draait worden gemaakt door een vloeistof met een zeer laag kookpunt te bekleden met een organische coating. Op het moment dat ze worden ingespoten in de bloedbaan, verdampt de vloeistof en ontstaat een gecoat gasbelletje. Volgens de theorie hoort een ultrageluidpuls daar echter weinig invloed op te hebben, de belletjes zijn te klein voor de golflengte van het ultrageluid.

