Voor iemand die zich op zijn best met soft realtime programmatuur bezighoudt, lijkt programmeerbare logica bijna een parallel universum. We hebben dezelfde voorouders, maar vervolgens heeft ieder zich op een eigen eiland tot een verschillende soort ontwikkeld. Nu ik zo uit mijn roeibootje op dat onbekende eiland stap om de omgeving eens te verkennen, vallen de verschillen dan ook direct op.
De evolutie lijkt er geen architecten te hebben voortgebracht en de regie is strak in handen van engineers. De bewoners lijken er zelf niet onder te lijden. De cultuur is wel primitief gebleven en bouwt op onbuigzame tradities die zijn geworteld in de verafgoding van betrouwbaarheid. Schaarste van beschikbare middelen zoals ruimte en energie dwingt om van elke nood een deugd te maken. Ze bouwen er efficiënte software die meer weg heeft van hardware en die bij gebrek aan ontwikkelmethodiek de gebruiker centraal stelt en niet de ontwikkelaar. Een matig abstractievermogen leidt daarbij nogal eens tot simpele en eenvoudig te doorgronden algoritmiek. In plaats van een geschreven taal waarvan de vele grammaticale en semantische nuances uit-en-te-na zijn vastgelegd, gebruiken ze nog een beeldtaal die een kind kan begrijpen. Als contact met de beschaafde wereld uitblijft, valt te vrezen dat deze situatie niet verbetert. Vreemde jongens, die programmeerbare-logici.
Maar even serieus. Het is voor mij een onbekende wereld en dat nodigt uit om te leren en je eigen vertrouwde patronen eens in een ander licht te zien. Ik ben oprecht geboeid als in een vakgebied anno 2009 nog een proefschrift verschijnt dat geheel gewijd is aan vermenigvuldigen en kwadrateren van gehele getallen en de invloed ervan op het energieverbruik. Letterlijk informatica op de vierkante millimeter. Een wereld waarin objectoriëntatie en gestructureerd programmeren geen of een heel andere rol spelen. Maar ook een wereld die in staat is zichzelf continu kritisch onder de loep te nemen. Geen vernieuwing als doel maar gedreven door empirisch verkregen resultaten.