Zowel in Zuid-Holland als in Groningen hebben de universiteiten de knoop doorgehakt om een protonenkliniek te bouwen. In Delft komt het Holland Particle Therapy Center (HollandPTC) als initiatief van de TU Delft en de universiteiten en umc’s van Leiden en Rotterdam, terwijl het UMC Groningen samen met de universiteit een behandelcentrum bouwt. Beide centra moeten in 2017 starten met behandeling van patiënten en onderzoek naar de technologie.
De beslissing is niet onomstreden. Bestraling met protonen in plaats van fotonen biedt voordeel voor sommige groepen kankerpatiënten, maar de behandeling is aanzienlijk duurder en de bouw vergt investeringen rond de honderd miljoen euro. Tegelijk is het aantal patiënten dat er baat bij heeft beperkt en neemt bovendien steeds verder af door ontwikkelingen binnen de oncologie. De zorgverzekeraars betwijfelen dan ook of er genoeg patiënten zijn voor een Nederlandse protonenkliniek, laat staan twee.
Voor de universiteiten is het echter een prestigekwestie. Het Zuid-Hollandse initiatief wordt ingebed in het Medical Delta-samenwerkingsverband en moet fungeren als onderzoekscentrum voor zowel de technologie en de behandeling. In Groningen vormt de protonenkliniek de spil in de voortzetting van het Kernfysisch Versneller Instituut.

