Philips Research zegt grote vooruitgang te hebben geboekt met het gericht afleveren van medicijnen via minuscule gasbelletjes en ultrageluid. De eerste serie experimenten is nu afgerond. Het bedrijf gaat verder met preklinische proeven, die de haalbaarheid en veiligheid van de technologie moeten vaststellen. Het onderzoek richt zich specifiek op het afgeven van kankermedicijnen. Daar is het voordeel van lokaal afleveren groot; een tumor zit vaak op één plek in het lichaam en de medicijnen hebben zware neveneffecten op gezond weefsel.
De belletjes, met vergelijkbare afmetingen als rode bloedcellen, zijn gevuld met lucht en een oplosmiddel met het medicijn. Ze worden omhuld door een biologisch afbreekbaar membraan. Soortgelijke belletjes met alleen lucht worden nu al ingespoten in de bloedbaan als contrastmiddel bij beeldvorming met ultrageluid. Deze toepassing blijft gehandhaafd in het Philips-systeem. Tumoren worden namelijk vaak gekenmerkt door dicht weefsel en een typerend bloedvatenstelsel, dus ze zijn goed in beeld te brengen met de bubbels. Maar de belletjes krijgen een tweede functie erbij. Op de plaats waar het medicijn nodig is, worden ze met een gefocuste ultrageluidpuls kapotgemaakt, waardoor de medicijnen vrijkomen.
Voor de ontwikkeling moest zowel aan de bubbels als aan de ultrageluidmachine gesleuteld worden. De twee functies van de luchtbelletjes vereisen verschillende typen ultrageluidgolven. Voor de beeldvorming is een divergente puls nodig, voor het kapotblazen van de belletjes juist een gefocuste bundel. Philips integreert deze twee typen in een enkel apparaat. De ontwikkeling van de technologie gebeurt in samenwerking met de universiteiten van Virginia en Munster.
