Technieuws

Geheugens en CCD’s al decennia twee handen op één buik

Reading time: 4 minutes

De geschiedenis herhaalt zich soms achterstevoren. Toen de Nobelprijswinnaars van dit jaar de CCD bedachten, wilden ze eigenlijk een nieuw geheugen ontwikkelen. Decennia later gebruikt Edoardo Charbon van de TU Delft een geheugenchip als ’Ramera‘.

Eind jaren zestig stond de financiering van de halfgeleiderafdeling bij Bell Laboratories onder druk. De baas van de elektronicadivisie had zijn zinnen gezet op magnetisch bubbelgeheugen en wilde de ontwikkeling daarvan versnellen. Hij was daarom van plan geld bij de halfgeleiders weg te halen en dat bij het budget te voegen van de afdeling die met het bubbelgeheugen bezig was. Alleen als de halfgeleiderjongens met een concurrerend alternatief op de proppen zouden komen, was hun superieur bereid van zijn plannen af te zien. Het ontwerp van de charge-coupled device (CCD) stond binnen een uur op het schoolbord.

Niet gek, een uurtje werk voor een Nobelprijs. Willard ’Bill‘ Boyle en George Smith konden natuurlijk niet bevroeden dat hun ontmoeting op 17 oktober 1969 hun in 2009 de hoogste wetenschappelijke eer zou opleveren, maar ze voorzagen ook niet in welke vorm hun vinding de wereld zou veroveren. CCD staat tegenwoordig tenslotte synoniem voor beeldsensor, niet voor een of ander geheugentype. Het bubbelgeheugen stond in de jaren zeventig vooraan in de rij om tape- en diskgeheugens op te volgen, maar commercieel is het nooit van de grond gekomen.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one for just €20 for the first year and enjoy all the benefits.

Login

Related content