Het aantal buitenlandse investeringen in Europese landen kwam vorig jaar op 3066 uit, ruim vijf procent meer dan in 2004. Daarmee bleef het niveau gehandhaafd na de sprong van 50,6 procent in 2004. Dat staat in de European Investment Monitor, die onderzoekbureau Ernst & Young voor het negende jaar uitvoerde.
Software en elektronica nemen de eerste en derde plaats in van het aantal investeringen met respectievelijk 363 en 226 projecten, oftewel 11,8 en 7,4 procent. Het aantal buitenlandse investeringen in softwareprojecten nam voor het tweede jaar op rij toe, nadat dit vanaf 1999 elk jaar afnam. Ook voor de elektronicasector geldt deze trend. In die markt blijft West-Europa zijn dominante positie behouden. Volgens Ernst & Young kan Oost-Europa met productie niet opconcurreren tegen Azië en met ontwikkeling niet tegen West-Europa. De automotive-sector, die nagenoeg evenveel buitenlandse investeringen ontving als de elektronicasector, zag wel een verschuiving naar Oost-Europa.
De groei komt voornamelijk uit investeringen van bedrijven uit de EU. Het absolute aantal investeringen van buiten de EU nam af. In 1997 lag het aantal Amerikaanse investeringen nog op 932, een aandeel van 25,5 procent van het totaal. Na een aanvankelijke stijging tot 43,8 procent in 2000 daalde het aandeel elk jaar naar 26,5 procent in 2005, met een totaal van 811 projecten. Het aantal Japanse investeringen daalde in deze periode van 218 naar 166.