In Nature Photonics beschreven Jason Heikenfeld en collega‘s van de University of Cincinnati onlangs een variant op het electrowettingconcept dat Liquavista gebruikt voor zijn beeldschermen. De werking van dit electrofluidic display is gebaseerd op een camouflagetechniek die sommige dieren zich eigen hebben gemaakt. De truc is het pigment te verstoppen, om het op het juiste moment weer te voorschijn te toveren. Niet Liquavista, maar Polymer Vision investeert echter in de technologie.
Een reservoir, een kanaal, een buis en natuurlijk de inkt vormen de belangrijkste elementen waaruit een elektrofluïdische pixel is opgebouwd. Als de pixel uit staat, zit het watergebaseerde pigmentmengsel in het reservoir en wordt daar door capillaire krachten gehouden. Wanneer er echter een voltage wordt aangelegd, verandert de waterafstotendheid van de diëlektrische binnenbekleding en vloeit de inkt uit – het principe van electrowetting. De vloeistof vult dan het kanaal op, waardoor de inkt het hele oppervlak beslaat.
Als de pixel uit staat, is het kanaal gevuld met een tegenstroommedium. Dat kan een gas zijn, maar een vloeistof mag ook, mits die niet met water mengt. Er moet hoe dan ook ruimte zijn om het tegenstroommedium op te vangen als het kanaal zich vult met de inkt. Daartoe dient de buis. Een beeldpunt bestaat verder uit elektrodes, waarvan de bovenste doorzichtig moet zijn, en een reflector onder het kanaal om de lichtweerkaatsing te verhogen. Een elektrofluïdisch scherm wekt zelf geen licht op, zoals bijvoorbeeld een lcd, maar gebruikt omgevingslicht.

