Vijf auto‘s reden op 8 oktober over de finishstreep van de tweede Grand Challenge, een wedstrijd waar voertuigen zelfstandig door de Mojavewoestijn racen. Vorig jaar slaagde geen enkele inzending hier in. De Grand Challenge is uitgeschreven door het Defense Advanced Research Projects Agency (Darpa), ook wel bekend als de mad scientists van het Amerikaans defensieprogramma. Robots moesten een traject van 212 kilometer over moeilijk begaanbaar terrein afleggen en daarbij zelf hun weg vinden en obstakels vermijden.
In iets minder dan zeven uur wist de inzending van de Amerikaanse Stanford Universiteit het traject af te leggen. De gemiddelde snelheid van hun robot Stanley lag daarbij bijna op 31 kilometer per uur. Het Stanford-team begon in juli 2004 aan de ontwikkeling. Stanley is een omgebouwde Volkswagen Touareg uitgerust met een batterij aan detectie- en navigatieapparatuur. De rekenkracht komt van een rek met zes Pentium M-moederborden, voorzien van schokdempers om de ruwe omstandigheden te weerstaan. Bovendien is er een back-up van elk programma aanwezig.
Een GPS-ontvanger houdt Stanleys positie tot op 20 centimeter nauwkeurig bij. Ook is de robotauto uitgerust met een 6DOF-versnellingsmeter. Hiermee en met gegevens over de draaisnelheid van de wielen houdt de auto zich in balans. Stanley gebruikt vijf laserscanners (lidar) en een radar om het terrein op respectievelijk korte en lange afstand in kaart te brengen. Ook is het voertuig uitgerust met meerdere camera‘s waar de computer stereobeelden uit destilleert. Met deze stortvloed aan gegevens evalueert het computersysteem tien keer per seconde de route en stelt deze zonodig bij. Een drive-by-wire-systeem geeft de informatie door aan het stuur, de motor en de remmen.