Bewegingssensoren in smartphones en tablets hebben Mems-sensoren een enorme impuls gegeven zodat ze kunnen worden gebruikt in andere consumententoepassingen. Vooral voor sporters ontstaan er interessante mogelijkheden voor systemen die lichaamsbewegingen meten. Maar dan moet de communicatie wel draadloos verlopen volgens een standaard protocol. Fred Dijkstra van XSens vertelt wat hiervoor nodig is.
De afgelopen decennia is het meten van lichaamshouding en -bewegingen een sleutelrol gaan spelen in een aantal professionele markten. Denk aan de animatie van virtuele personages in computergames of biomechanisch onderzoek voor revalidatie. Van oudsher worden hiervoor reflecterende bolletjes op een proefpersoon geplakt die door hele bataljons peperdure camera‘s worden gevolgd. De camera‘s hebben echter maar een beperkt blikveld en missen soms lichaamsdelen doordat ze niet door ledematen heen kunnen kijken. Dit geldt net zo goed voor dure professionele systemen als voor nieuwe innovatieve versies zoals Microsofts Kinect en de Leap Motion.
Ongeveer vijf jaar geleden kwamen er ook systemen beschikbaar die geen bolletjes en camera‘s gebruiken, maar motion trackers geplaatst op de verschillende lichaamssegmenten: apparaatjes met Mems-gebaseerde bewegingssensoren. Doorgaans gebruiken ze een gyroscoop en een versnellingsmeter, aangevuld met een magnetometer (een soort elektronisch kompas) om respectievelijk de hoeksnelheid, versnelling en het aardmagnetisch veld te meten. Door deze gegevens te combineren met een biomechanisch model kan de houding van de drager worden berekend zonder de beperkingen van optische systemen.

