Zegt u eens eerlijk. Toen u nog studeerde, wat was uw favoriete ’buurstudie‘ om af te zeiken? Ik heb het niet over de alfa‘s en de gamma‘s die tijdens de borrels hun pak slaag kregen. Dat zijn te makkelijke prooien. Nee, ik bedoel een bètastudie die inhoudelijk dicht tegen de uwe aanstaat en er zelfs mee overlapt. Niet gehinderd door het feit dat kennis van het vakgebied in kwestie erg handig bleek voor uw eigen opleiding, is het een waar genoegen om juist die bijna-collega‘s af te kraken.
Tijdens mijn studie scheikunde waren biologen het favoriete doelwit. We kwamen elkaar dan ook overal tegen. In de gangen, de kantine en de practicumzalen. De bioloog is een onverbeterlijke wereldverbeteraar, met bijbehorende onfrisse garderobe. Maar aspirine synthetiseren of een infraroodspectrumpje opnemen: ho maar. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat het vooral kwaad bloed zette dat die biologen altijd eerder klaar leken te zijn dan ons chemici, waardoor we ‘s zomers vanuit de collegebanken constant uitzicht hadden op een stel luierende plantjeste(l)lers in het gras bij de vijver.
Slechts een heel klein beetje ouder en wijzer voel ik nog steeds de behoefte om me tegen die hippies af te zetten. Old habits die hard. Dat ik hun feesten frequenteerde omdat ze veel leuker en beter bezocht waren dan de onze en ik biologen inmiddels tot mijn vriendenkring mag rekenen, doet daar niets aan af. Ik vermoed dat het die oude gewoontes zijn die mij zo allergisch doen reageren als ik een bepaald smaakje ’biologisch‘ onderzoek zie opduiken in de media. Dat gebeurt de laatste tijd steeds vaker.
