Achtergrond

Complexe systemen maken on-chip foutopsporing onontbeerlijk

Darcy Wronkiewicz is senior productmanager bij Green Hills Software.

Reading time: 9 minutes

On-chip debugoplossingen zijn er in allerlei soorten en maten. De meeste geven via basale tools beperkte controle over de uitvoer van programma‘s. Geavanceerdere gereedschappen leveren meer functionaliteit voor foutopsporing, zoals hardwarebreakpoints als ook de processor hierover beschikt. Ten slotte zijn daar de systemen met ingebouwde tracemodules, die goede tooling bieden om tracedata te verzamelen waaruit het verloop van een programma volledig is te reconstrueren.

Omgevingen voor foutopsporing bestaan uit drie delen: de softwarematige debugger, de debughardware en de targethardware. Het meest zichtbaar is de foutopsporingsprogrammatuur die op het desktopsysteem draait. Deze vormt de poort naar de informatie die de hardware produceert. De mogelijkheden van dergelijke software lopen sterk uiteen: aan de ene kant van het spectrum is gereedschap te vinden dat niet meer doet dan de data van het target weergeven in binaire vorm; aan het andere uiteinde staan zeer geavanceerde tools die deze informatie herleiden tot op broncodeniveau.

De debughardware is het device dat tussen het ontwikkelsysteem en het targetbord hangt. De daarin opgenomen intelligentie bepaalt grotendeels de snelheid waarmee data en debugcommando‘s zijn uit te wisselen. Als de hardware voor foutopsporing bijvoorbeeld de mogelijkheid heeft om signalen van het bord te interpreteren, dan kunnen terugkerende taken zoals het downloaden van gegevens, het uitlezen van registers of het verzamelen van tracedata aanzienlijk worden versneld.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one for just €20 for the first year and enjoy all the benefits.

Login

Related content