Wat is echt, wat is onecht en hoe maak je onderscheid daartussen? Als je te maken krijgt met officiële instanties en met formele documenten, zal een ambtenaar toch graag zeker zijn dat je zegt wie je bent. Want met jouw identiteit krijg je toegang tot allerlei persoonlijke en gevoelige informatie. Je paspoort is een belangrijke factor voor de vaststelling van jouw identiteit. Daar staat je foto op en je handtekening, je naam, je burgerservicenummer. Al die dingen samen worden gebruikt om je identiteit vast te stellen. Daarnaast zit er een aantal elementen in het paspoort om de authenticiteit van het paspoort zelf vast te stellen.
Authenticatie zelf zegt niets over wat mij allemaal is toegestaan. Mijn paspoort zegt wie ik ben, maar niet wat ik op basis van dat paspoort allemaal wel of niet mag. Dat heet weer autorisatie en het is in principe losgekoppeld van authenticatie. Vaak zijn die twee toch gecombineerd in gebruik. Mijn rijbewijs kan ik bijvoorbeeld gebruiken om mezelf te identificeren en het laat ook zien dat ik geautoriseerd ben om auto‘s te rijden tot een gewicht van 3500 kg. Daarentegen ben ik niet geautoriseerd om vrachtwagens te rijden.
Met het vaststellen van de identiteit – authenticatie – is het dus mogelijk om een persoon allerlei privileges te geven of juist beperkingen op te leggen – autorisatie. Het is deze combinatie die de basis vormt van beveiliging. Beveiliging van locaties via toegangspoortjes, beveiliging van producten via inlogprocedures, beveiliging van de maatschappij waarin wij leven via de politie.