In de column ’Software maken met een vuistbijl‘ die Egbert Teeselink en ondergetekende samen in oktober vorig jaar voor dit blad schreven, gingen we in op het bestaan van IDE‘s, en het niet gebruikt worden daarvan door softwareontwikkelaars. Een van de reacties op deze column kreeg ik van een softwarearchitect van een groot bedrijf uit de regio Eindhoven. Zijn vraag was: ’Waarom heb je het in die column over het gebruik van IDE‘s, in plaats van mensen aan te raden om modelgedreven te gaan ontwikkelen? Met een IDE zit je immers nog steeds handmatig te coderen.‘
Op zich een valide vraag. Helaas voor de betreffende architect was zijn dagelijkse werkomgeving ook meteen het antwoord op zijn eigen vraag: modelgedreven ontwikkeling kun je toepassen op elk product en in elk domein, maar de softwarearchitectuur en, nog veel belangrijker, de implementatie moeten er wel op voorbereid zijn.
Bij modelgedreven softwareontwikkeling spelen drie elementen een rol: de modellen (inclusief de modelleertaal waarin ze worden opgesteld), de codegenerator en het platform waarop de gegenereerde software gaat werken. Dit laatste element, het platform, is de achilleshiel bij de introductie van modelgedreven softwareontwikkeling.
