Als het van de initiatiefnemers van het Greentouch-consortium afhangt (www.greentouch.org), zullen we binnen tien jaar duizend keer energie-efficiënter kunnen ’surfen‘. Een mooie maar noodzakelijke zet voor het behoud van onze planeet. Op dit moment neemt het ICT-communicatienetwerk wereldwijd ongeveer 2 procent van het energieverbruik voor zijn rekening. Dat valt op het eerste gezicht wel mee.
Maar het dataverkeer groeit exponentieel. Het internetverkeer verdubbelt zowat elke twee jaar, en terwijl de eerste mobieltjes goed waren voor 9600 bits aan data per seconde, kunnen de laatste 3G-handsets al minstens 7 Mbit/s aan. Die trend kunnen we niet meer ombuigen. We kunnen wel proberen om de energie naar beneden te halen die nodig is om 1 bit door te sturen. Daar gebruiken we procestechnologie voor. Met de huidige technologieën zullen we de energietoename die gepaard gaat met een stijging van het dataverkeer echter nooit kunnen compenseren. Willen we de ecologische voetafdruk van ICT verkleinen, dan moeten we het communicatienetwerk drastisch herdenken.
Laten we eens kijken naar de grootste vermogenverslinder binnen het communicatienetwerk. We bekijken hierbij het netwerk zoals het afgelijnd werd binnen het Greentouch-initiatief: tot en met de toegangsknooppunten (access nodes) naar de gebruiker toe. Berekeningen tonen aan dat de toegang naar de draadloze eindgebruiker het meeste vermogen opslokt. En daar zijn drie goede redenen voor.