Deloitte zegt in zijn vooruitblik op het technologie- en medialandschap voor 2015 dat 3D-printen dit jaar inderdaad de voorspelde nieuwe industriële revolutie ontketent; het aantal verkochte printers verdubbelt in 2015 naar verwachting tot 220 duizend stuks, wat goed is voor 1,6 miljard dollar. Het is echter niet de revolutie die veel mensen voor ogen hebben hebben: alhoewel op den duur meer dan twee derde van de verkochte printers voor consumenten bedoeld is, blijft dit soort modellen beperkt in hun mogelijkheden. Meer dan 95 procent van het aantal 3D-geprinte objecten en 99 procent van de economische waarde komt op conto van het bedrijfsleven.
Dat bedrijfsleven gaat bovendien niet zo zeer eindproducten printen, maar hedendaagse productieprocessen verbeteren: negen van de tien 3D-geprinte objecten zijn zaken zoals mallen, gietvormen en specifieke gereedschappen. Door de hoge kosten en lage snelheid blijft productie van eindonderdelen beperkt tot zeer specifieke componenten (bijvoorbeeld windturbinebladen) of situaties (het International Space Station).
Deloitte ziet in zijn glazen bol ook dat betalen met nfc-telefoons dit jaar eindelijk doorbreekt. Niet dat we de methode in grote getale omarmen, maar in 2015 zijn er überhaupt consumenten die er gebruik van maken: eind dit jaar zijn er tussen de 600 en 650 miljoen nfc-telefoons in omloop, waarvan vijf procent vaker dan eens per maand wordt gebruikt voor een betaling. Halverwege afgelopen jaar was dat nog een half procent, op een totaal van 450 tot 500 miljoen telefoons.
