Europa moet een overkoepelende internationale organisatie opzetten om de ontwikkeling te sturen van het ’internet der dingen‘. Alleen dan kan deze regio de leidersrol echt opeisen. Dat is de slotconclusie van het Zevende Kader-programma Casagras (Coordination and support action for global RFID-related activities and standardisation). Het internet der dingen is de modekreet van de Europese Commissie voor alomtegenwoordige internetverbinding van apparatuur en andere embedded systemen. De EC heeft dit bestempeld tot een van de gebieden waarin Europa voorop moet lopen vanwege zijn gunstige uitgangspositie.
Volgens het eindrapport ontbreekt er echter nog het een en ander om deze visie werkelijkheid te laten worden. Een van de grootste problemen is het gebrek aan bewustzijn van de mogelijkheden. Daarom moeten er pilotprojecten, referentieplatforms en technologiedemonstrators komen, zegt het Casagras-rapport. Ook moet er worden gewerkt aan een universeel protocol om individuele systemen te identificeren en data op te vangen. Voor beide problemen zou een overkoepelende organisatie verantwoordelijk kunnen zijn.
