Onderzoekers van het Fom-Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica (Amolf) hebben lichtgolven laten lopen over gouden draadjes met een diameter van zestig nanometer. Zij gebruikten een ’trechter‘ om een bundel licht samen te persen. Het geconcentreerde licht vindt mogelijk toepassing in optische chips en in zonnecellen.
Normaal gesproken kunnen optische golfgeleiders geen licht ’vervoeren‘ in media kleiner dan de golflengte van dat licht. Het is echter mogelijk de diffractielimiet te omzeilen door plasmonen te gebruiken, de collectieve oscillaties van elektronen in metalen. Plasmonen aan een metaaloppervlak kunnen koppelen met licht en het op die manier vervoeren.
Het valt echter niet mee om een plasmongolf te exciteren met een gewone lichtgolf. De Amolf-onderzoekers vonden echter toch een manier om dat efficiënt te doen. Zij gebruikten een gouden strookje van enkele micrometers breed en tachtig nanometer hoog, dat net als een trechter taps toeloopt, tot het naadloos overgaat in de nanodraad. Terwijl de inkomende plasmongolf zich langs de trechter voortplant, gaat hij qua trilwijze steeds meer lijken op de golf die uiteindelijk op de nanodraad past.

