Het gonst in de micro-elektronica, sterker dan ooit. Dertig jaar geleden werd het einde ervan aangekondigd, want weldra zou de onoverkomelijke grens van 1-micrometerresolutie worden bereikt en dan hoefden we ons niet meer om technologie te bekommeren. We konden ons dan focussen op belangrijkere zaken zoals services en gebruikerswensen. Inmiddels is de 1-micronbarrière al lang genomen en is de micro-elektronica ontwikkeld tot wat nu om wetenschapspolitieke redenen nano-elektronica wordt genoemd. De limiet van 1 nanometer duikt op aan de horizon.
En wat een limiet! Nog even kleiner en we hebben met moleculen, nanolagen, nanodraden en andere wezens te maken die de subnanowereld bevolken. Valt er met die populatie te leven? Business mee te bedrijven? Op massale schaal chips te maken? In het struikgewas van het gezellige CMos-bos met zijn structuren die staan als bomen, krioelt het van nieuw leven dat ons van alle kanten bespringt, maar waar we nog geen orde in ontwaren.
Hoe zullen die nieuwe structuren hun intrede doen in de grote productiewereld van de moderne elektronica? Wordt het een geleid proces of een guerrillaoorlog? Zullen de huidige machthebbers in het zadel blijven of komt het nieuwe leven vanzelf tot bloei uit pure levensdrang? Worden de oude structuren daarbij overwoekerd en gaandeweg irrelevant?