De geneeskunde kijkt steeds meer naar het combineren van elektronica met hersenweefsel. Was dit lange tijd hoofdzakelijk beperkt tot het laboratorium, de laatste jaren wordt er weer serieus gesproken over interfaces tussen het brein en elektronische systemen. Maar ook het uitlezen van celweefsel in cultuur kan sterk bijdragen aan medicijnontwikkeling en onderzoek. Imec probeert de problemen die aan deze techniek kleven op te lossen en een goede interface te bouwen.
Hersenweefsel en elektronica, het lijkt een match made in heaven. Grof gezegd, doen ze beide hetzelfde, namelijk informatie verwerken. En beide doen dat elektrisch (zie kader). Geen wonder dus dat Hollywood een gestage stroom films met dit onderwerp over ons uitstort. Maar het is niet alleen sciencefiction, daadwerkelijke toepassingen liggen in het verschiet en hebben zelfs al een beperkte weg naar de praktijk gevonden. Voorop gaan de behandelmethodes voor ziekten als Parkinson, multiple sclerose, epilepsie en depressie. Daarbij steekt een chirurg elektrodes in een hersenengebied dat zich niet correct gedraagt. Een pacemakerachtig apparaatje geeft elektrische pulsen af om het uit de pas lopende weefsel bij te sturen. Hiermee zijn al successen geboekt, maar de techniek is zeker niet zonder problemen en kan in theorie veel beter.
Een van de problemen is dat de elektrodes kunnen verschuiven. Een fundamentelere moeilijkheid is dat biologisch weefsel en lichaamsvreemde stoffen over het algemeen slecht samengaan. De cellen doen hun best allerlei barrières op te werpen die de lichaamsvreemde stoffen moeten buitenhouden. In de hersenen gaan helpercellen aan de slag om de elektrodes in te kapselen en deze af te breken. Dat doet de geleiding geen goed.

