Games volgen elkaar in snel tempo op. De ontwikkelingen moeten dus altijd snel, snel, snel. Liever gisteren dan morgen. Tijd om na te denken is er nauwelijks. De toekomst? Die begon gisteren. En toch leren we steeds beter om na te denken over morgen, over volgende week, over hoe we volgend jaar spellen willen maken. Want één ding is zeker: ooit komt er een volgend platform. We willen immers nog sneller en efficiënter spellen maken en dan is een geweldig ontwikkel- en softwareplatform essentieel. We moeten dus leren om daarover na te denken.
Onlangs las ik de managementboeken ’Good to great‘ en ’Build to last‘ van Jim Collins over hoe je een geweldig bedrijf maakt. Ze zijn inspirerend en zetten aan tot nadenken. Zo is goed een belemmering om geweldig te worden. Eigenlijk zijn ze ook triviaal. Als het bedrijf eenmaal geweldig is, lijkt het zó gemakkelijk te gaan. Dat is ook in de sport. De Olympische Spelen lijken moeiteloos te verlopen voor de echte kanjers.
Momenteel werk ik aan het platform dat we gaan gebruiken tussen 2010 en 2020. Maar zorg ik ervoor dat het platform dan een kanjer is? Wáárom zou het dan geweldig zijn om dáár spellen op te maken? ’Als het moeiteloos gaat‘, hoor ik jullie denken. Ja, maar hoe bereik ik dat? Goede techniek is nodig, maar niet voldoende. Goede mensen zijn essentieel. Het zijn topsporters die de techniek optimaal weten te gebruiken. Dat lees je ook in die managementboeken. Je moet de goede mensen hebben. Ook daar denk ik over na. Hoe krijg ik mensen die nadenken over hoe ze die geweldige techniek willen gebruiken? Voor de programmeurs onder ons, dat is metadenken. Voor anderen is ‘t filosofie: denken over denken. Of quatsch, flauwekul en onzin, als je een heel nuchtere techneut bent.