Onderzoekers van de TU Delft hebben bekeken hoe de eigenschappen van een batterij veranderen als ze het elektrodemateriaal ’miniaturiseren‘. Ze deden dat door met neutronenbundels op deeltjes van verschillende groottes te schieten. Dat het verkleinen niet altijd even positief uitpakt, was al langer bekend. Maar de Delftenaren weten nu ook waarom.
Een lithiumionbatterij is de kleinste en lichtste oplossing op elektrische energie op te slaan. Niet voor niets zijn ze regelmatig terug te vinden in mobieltjes en laptops. Voor elektrische vervoersmiddelen voldoen ze echter eigenlijk niet. De lage oplaad- en ontlaadsnelheid is daar debet aan.
’Bij het opladen van een batterij verzamelen de lithiumionen zich in de elektrode van grafiet‘, vertelt onderzoeker Marnix Wagemaker van het Reactor Instituut Delft. ’Eigenlijk willen de ionen liever aan de andere kant van de batterij zitten, in de elektrode van bijvoorbeeld cobaltoxide.‘ Ze moeten daarvoor de oversteek maken, dwars door het elektrolyt heen. Dat is een stroperige, geleidende vloeistof. Maar, zegt Wagemaker: ’zonder stroomkring blijven de ionen zitten waar ze zitten. Ze kunnen hun elektron namelijk niet kwijt.‘
