Voor Alstom ontwikkelde Han Geerligs elektrische aandrijvingen voor metro‘s, trams, treinen en trolleybussen. Daarbij maakte hij intensief gebruik van Matlab, Simulink en Real-Time Workshop van The Mathworks. Bits&Chips sprak hem over zijn ervaringen met de tools voor modellering, simulatie en codegeneratie. ’De automatisch gegenereerde software is vergelijkbaar met het werk van een constante programmeur.‘
De metro‘s en trams in Amsterdam en Rotterdam en de trolleybussen in Arnhem rijden hun rondjes allemaal met een elektrische aandrijving van Alstom. Het van oorsprong Franse bedrijf met een inmiddels opgedoekte ontwikkelafdeling in Ridderkerk verzorgt de controle van de aansturing. ’Elektrische aandrijvingen hebben net als in een benzinemotor een aantal kraantjes die het vermogen regelen‘, vertelt Han Geerligs, die bij Alstom nauw betrokken was bij de ontwikkeling. ’Als de tram harder wil, moet de aandrijving meer stroomstootjes geven. Het controlesysteem hiervoor hebben wij gemaakt.‘
In de aandrijving zitten twee microprocessoren: een Motorola-chip die ook wordt toegepast in de auto-industrie en een DSP van Analog Devices voor het snelle rekenwerk. Geerligs: ’Je begint met het modelleren van de machine en de schakelende elementjes. Die mogen niet te vaak switchen, anders worden ze te warm.‘ Alstom koos voor Matlab met de Control System Toolbox. Ook het gereedschap voor simuleren en codegeneratie kwam uit de stal van The Mathworks. Geerligs en zijn collega‘s gebruikten Simulink en Simpower Systems voor de simulatie en Real-Time Workshop voor het automatisch genereren van de C-code.
