Goed meten houdt ook een goed begrip van elektromagnetische compatibiliteit in. Ondanks jarenlang onderzoek en een vaste plaats in de meeste opleidingen is dit onderwerp voor een grote groep mensen nog steeds zwarte magie. Mark van Helvoort wijst de weg.
Sinds de invoering van de eerste EMC-richtlijn in 1996 is het belang van elektromagnetische compatibiliteit aanzienlijk toegenomen. Apparaten mogen elkaar nog steeds niet nadelig beïnvloeden, maar in plaats van robuuste relais bevatten ze tegenwoordig tal van gevoelige IC’s, frequentiegeregelde motoren en digitale aansturingen. En nieuwe halfgeleidertechnologieën zullen alleen maar zorgen voor hogere schakelfrequenties en een nog grotere kans op emissieproblemen. Pas met de nodige maatregelen zijn we verzekerd van correcte metingen en een juiste werking van toestellen en installaties.
Hoe belangrijk het is om te weten wat je eigenlijk meet, toont de wonderbaarlijke Curly-box van professor Andy Marvin van de universiteit van York. Deze opstelling bestaat uit een plastic doosje dat aan de achterzijde is verbonden met een sinusgenerator. Aan de voorkant zitten twee kortgesloten meetklemmen. De spanning tussen deze klemmen meten we met twee probes (Figuur 1). Op een oscilloscoop blijken de twee metingen niet nul te zijn. Sterker nog: ze zijn tegengesteld aan elkaar. Nadere inspectie van de opstelling laat zien dat de probes niet omgepoold zijn en dat ook de oscilloscoopinstellingen correct zijn. Hoe kan dit?
