De uitvinding van de fast Fourier transformation maakte het mogelijk om met een computer een signaal op te delen in deelfrequenties. Daarmee werd digitale signaalverwerking voor het eerst mogelijk. Een team van MIT-onderzoekers heeft nu een verbetering gepresenteerd die het algoritme voor de meeste praktijkgevallen tot nog wel een ordegrootte kan versnellen.
Eigenlijk waren James Cooley en John Tukey niet de eersten die de fast Fourier transformation of FFT uit vonden in 1965. 160 jaar eerder had Carl Friedrich Gauss al hetzelfde gedaan en na hem nog een aantal anderen. Maar Cooley en Tukey kwamen met hun ontdekking op een moment dat de wereld er iets aan had. De computer was net uitgevonden en de eerste gebruikers zagen in de FFT een aanpak om digitale signalen te analyseren en te bewerken – iets wat met de standaard Fourier-transformaties te lang zou duren.
Het is niet overdreven om te stellen dat de FFT het fundament vormt voor digitale signaalverwerking. Joseph Fourier bedacht in de negentiende eeuw dat je elke continue lijngrafiek van een signaal tegen de tijd ook op kan schrijven als de som van een aantal sinusoïden, als je de frequenties en amplitudes hiervan juist kiest. Een Fourier-transformatie draait om het vinden van deze deelfrequenties.