De Universiteit Wageningen en het KNMI publiceren in Pnas over een elegante methode om de neerslag op land te bepalen. Ze gebruiken de bestaande straalverbinding tussen gsm-masten. Mobiele providers wisselen via deze verbinding gegevens uit en monitoren voortdurend de sterkte van dit signaal om de kwaliteit van hun netwerk te bepalen. Deze sterkte blijkt bruikbaar om realtime de hoeveelheid neerslag te bepalen; regendruppels zijn de belangrijkste verstorende factor.
In de proef gebruikten de onderzoekers het netwerk van T-Mobile in Nederland. Op twaalf regenachtige dagen vergeleken ze de radiosignalen met traditionele metingen via radar en regenmetingen. Na enkele correctiefactoren, bijvoorbeeld voor het nat worden van de antennes en willekeurige verstoringen in het signaal, bleken de metingen goed overeen te komen.
Op het moment gebruiken meteorologen doorgaans radarmetingen, die met data van regenmeters op de grond worden gecorrigeerd. Regenmeters zijn echter kostbaar en het aantal exemplaren neemt wereldwijd dank ook af. In Azië is het aantal dagrapportages tussen 2000 en 2007 met vijftig procent gedaald en tussen 1989 en 2006 zijn er in Europa, Zuid-Amerika en Afrika de helft minder regenmetingen verricht. In Afrika is het meetnetwerk sowieso beperkt.
