Het gaat de goede kant op met de populariteit van bètastudies. Natuurwetenschappelijke en ingenieursopleidingen op universiteitsniveau zagen de inschrijvingen in 2008 met 46 procent stijgen ten opzichte van 2000. Het hbo deed het met een stijging van 6 procent beduidend minder goed, maar dat moest een reeds ingezette neerwaartse trend terugbuigen naar boven. Als de stijging van de afgelopen twee, drie jaar doorzet, komt het met hbo ook wel goed. De resultaten variëren bovendien sterk tussen de verschillende hbo-instellingen; sommigen weten die van de universiteiten te evenaren.
’Universiteiten zijn eerder dan het hbo begonnen hun bètaopleidingen te promoten. Dat heeft te maken met hun onderzoeksfunctie. Die komt in de knel als er niet genoeg masterstudenten instromen. Die nemen een aanzienlijk deel van het onderzoek voor hun rekening en zijn bovendien de promovendi van de toekomst‘, vertelt directeur Hans Corstjens van het Platform Bèta Techniek (PBT), dat zich inzet voor meer bètatechnici op de arbeidsmarkt. Een soort buitenboordmotor, noemt Corstjens het zelf. ’We prikkelen organisaties om actie te ondernemen en helpen hen daarbij.‘
Bij het hbo, bijvoorbeeld, heeft het PBT bij individuele aanstellingen aangeklopt toen de studentenaantallen voor technische opleidingen jaar na jaar daalden. ’We hebben ze erop gewezen dat als er niets gebeurt, ze de boel over een paar jaar zouden kunnen opdoeken. Dat is niet goed voor hun school, maar ook niet voor de samenleving, die vakmensen moet missen.‘
