Wie had gedacht dat een teveel aan studenten bij de technische universiteiten een existentiële crisis zou uitlokken? Want die kant gaat het toch op, nu twaalf tu-opleidingen volgend jaar een numerus fixus invoeren. Daaronder technische informatica bij de TU Eindhoven en technische geneeskunde aan de Universiteit Twente – bepaald geen studies die voor werkloosheid opleiden. Onbedoeld krabben de tu’s daarmee aan korstjes waar ze, leert de geschiedenis, liever afblijven. Is een technische universiteit op aarde om op te leiden of om te onderzoeken? En waarom is er niet gewoon één tu?
Op het eerste gezicht lijkt de tu’s weinig te verwijten. Sinds enkele jaren is de reguliere financiering van het Rijk onvoldoende om het onderwijs te financieren; er moet onderzoeksgeld bij om uit te komen. Achter de schermen hebben de tu’s daarover de noodklok geluid tot de Haagse oren bloedden, maar er kwamen slechts een paar miljoentjes los.
De vergoelijkende reactie van minister Bussemaker kwam daarom niet als een verrassing. Terecht hangen industrie, provincies, de Sociaal Economische Raad en studentenorganisaties daarom nu in de gordijnen. Ook de Tweede Kamer riep de minister ter verantwoording, maar de uitkomst daarvan kon ik niet meer meenemen in dit stuk.

