Franse onderzoekers beschrijven in Nature een methode om de resolutie van ultrascans met een factor tien op te krikken. Daarvoor kijken ze een truc uit de lichtmicroscopie af, photo-activated localization microscopy (Palm). Deze techniek werd het afgelopen decennium ontwikkeld en was vorig jaar goed voor de Nobelprijs in de chemie.
Normaal wordt de resolutie van een lichtmicroscoop begrensd door de diffractielimiet, die afhankelijk is van de golflengte van het gebruikte licht. Wanneer te ver wordt ingezoomd, worden lichtpunten uitgesmeerd tot schijven en zijn twee punten dicht bij elkaar niet meer te onderscheiden. Maar wanneer er slechts één lichtpunt is, kan uit de schijf wel vrij goed worden herleid waar het zich bevindt.
Net als bij vele andere vormen van lichtmicroscopie wordt het monster bij Palm gekleurd met een stof die onder invloed van laserlicht fluoresceert. Maar bij Palm wordt slechts een zeer korte lichtpuls op het monster afgevuurd, zodat slechts een handvol kleurstofmoleculen reageert. Doordat dit losse lichtpunten zijn, kunnen ze allemaal tot hun exacte locatie herleid worden. Door dit een groot aantal keer te herhalen, ontstaat een totaalbeeld met een resolutie die de diffractielimiet doorbreekt.
