Tegenwoordig is het al open source wat de klok slaat in het IT-wereldje. Zo ook in embedded. Linux-smartphones rukken op, het Taiwanese FIC heeft een volledig open-source Linux-gebaseerde zaktelefoon, de open-source ontwikkelomgeving Eclipse wordt steeds meer de de facto standaard voor de ontwikkeling van embedded software en Trolltech gaf begin dit jaar Qtopia 4.2.0 en onlangs Qtopia Phone Edition 4.3 vrij onder de GPLv2-licentie. Het lijkt wel of je het niet meer kan maken in de embedded-wereld als je niet open-sourcet.
Helaas overschaduwt de media-aandacht voor open-source software iets veel fundamentelers: het belang van open standaarden. Het open maken van een standaard (communicatieprotocol, programmeertaal, Api of documentformaat) is fundamenteler dan het publiek maken van de broncode van een programma. Je kunt namelijk niets met de broncode van een programma als bijvoorbeeld de specificatie van de gebruikte programmeertaal niet publiek is, of als je geen beschikking hebt over de specificatie van het communicatieprotocol dat het programma implementeert.
Ik maak zelf sinds kort exclusief gebruik van open source. Mijn besturingssysteem is Debian Gnu/Linux, als webbrowser gebruik ik Firefox, RSS-feeds lees ik in Liferea en mijn e-mail lees ik in Mutt. Dit is een individuele keuze, omdat ik met deze software efficiënter werk dan met Windows of Mac OS X, waarmee ik ook ruime ervaring heb.