De Mipi-alliantie heeft de specificatie gepubliceerd van wat de opvolger moet worden voor de populaire i2c-bus aangekondigd: i3c. De nieuwe standaard moet sneller en zuiniger opereren dan de verouderde standaard en de tekortkoming ervan verhelpen. I3c moet bovendien de eveneens populaire spi-bus vervangen, en gelijk ook maar andere seriële bussen zoals uart.
I2c en spi werd in de jaren tachtig ontwikkeld door respectievelijk Philips en Motorola om peripherals in embedded systemen met de host-processor te verbinden. Beide zijn seriële bussen die een master-slave-architectuur gebruiken. Spi biedt hogere snelheden, maar kent met vier datalijnen een wat hogere systeemcomplexiteit dan de twee datalijnen van i2c en mist bovendien een officiële specificatie.
De nieuwe i3c-standaard schroeft de snelheid fors op ten opzichte van i2c, alhoewel het nog niet de snelheden van spi haalt. Net als i2c wordt het een bus met slechts twee datasporen en een architectuur met meerdere masters en meerdere slaves. Bestaande i2c-devices kunnen hierin worden opgenomen. Anders dan bij i2c kunnen slaves via een interrupt op de datasporen communicatie initiëren. Daardoor kunnen ze energiezuiniger worden ingezet; sensoren hoeven niet meer continu uitgelezen te worden om een verandering te detecteren, maar kunnen zelf aangeven wanneer ze een wijziging waarnemen.
