3d-printers zijn de laatste jaren standaard uitrusting voor tissue engineering-onderzoek, waarbij getracht wordt om biologische weefsels en organen na te maken. Druppeltjes cellen worden in specifieke patronen neergelegd, waarna ze interacties met elkaar kunnen aangaan en in de loop van de tijd echte weefsels vormen, precies is de juiste structuur voor een orgaan.
Tot nu toe lukte het echter nog niet goed om relatief grote structuren van enkele centimeters te maken. Een van de problemen is dat de 3d-geprinte structuren mechanisch niet sterk genoeg zijn. De stevigheid moet komen van de hydrogels waarin cellen gesuspendeerd worden, maar die zijn niet altijd afdoende en hebben bovendien na het printen tijd nodig om uit te harden. Daarnaast is het lastig om cellen in grote structuren van zuurstof en voedingsstoffen te voorzien, via diffusie is slechts enkele honderden micrometers te overbruggen.
Onderzoekers van de Wake Forest School of Medicine beschrijven nu in Nature Biotechnology een aanpak die deze barrières slecht. Met hun zelf ontwikkelde printer creëerden ze centimeters grote stukken ‘protoweefsel’ voor kraakbeen, bot en spieren. Dat werd eerst in een bioreactor verder werd gekweekt en vervolgen geïmplanteerd in ratten en muizen, waar het weken tot maanden in leven bleef en zich ontwikkelde richting echt weefsel, compleet met eigen bloedvaten.
