De regeling ter waarde van 180 miljoen euro waarmee bedrijven hun R&D-werknemers met overheidssubsidie tijdelijk kunnen stationeren op maatschappelijk relevante innovatieprojecten, begint vaste vormen aan te nemen. De Staatscourant zal het plan een dezer dagen publiceren. Dit blad is in bezit van een versie die als definitief mag worden verondersteld.
Bedrijven kunnen kenniswerkers maximaal anderhalf jaar uitlenen aan een kennisinstelling, uiterlijk tot en met 31 december 2010. De overheid betaalt de helft van 150 procent van de loonkosten voor iedere deelnemer aan het project. Een ondernemer die een onderzoeker detacheert bij een bijvoorbeeld universiteit, ziet dus 75 procent van de loonkosten vergoed. Zet de universiteit op hetzelfde project een jonge onderzoeker (promovendus) in, dan krijgt ook zij de helft van dat salaris vergoed. Maar ook als er geen jonge onderzoeker wordt ingezet, krijgt de universiteit een vergoeding, vastgelegd op 15 procent van de totale projectsubsidie, om de kosten van de ontvangst en begeleiding te dekken.
De onderzoekers moeten gaan werken op projecten die aansluiten bij de negen innovatieprogramma‘s voor de sleutelgebieden (waaronder Hightech Automotive Systems (HTas), Point-One en M2I voor materiaalonderzoek), de zes maatschappelijke innovatieagenda‘s als onderdeel van Nederland Ondernemend Innovatieland, de twaalf thema‘s van TNO en de Grote Technologische Instituten (GTI‘s) of de dertien onderzoeksthema‘s van NWO. Het moet gaan om fundamenteel, maar industrieel georiënteerd onderzoek, dus geen experimentele ontwikkeling.

