Gebouwautomatisering bevat een scala aan gedroomde toepassingen voor draadloze sensoren. Lichtschakelaars, temperatuursensoren, rookmelders en bewegingsdetectoren zijn slechts een paar evidente voorbeelden van toepassingsgebieden voor draadloze sensoren. Als het aan Cees Links van Greenpeak ligt, komen we ze in de toekomst even vaak tegen als draadloze telefoons en draadloos internet. Wel moeten we nog wat hindernissen over in energieverbruik en standaardisatie.
Heb je je al eens afgevraagd waarom je wel al jaren centrale deurvergrendeling op je auto hebt, maar niet in je huis? Waarom er wel een thermostaat staat in de woonkamer, maar niet in slaapkamers of op zolder? En waarom je thuis wel draadloze telefoons en draadloos internet hebt, maar nog geen draadloze lichtschakelaars? Het antwoord is eigenlijk eenvoudig: draadloze zenders en ontvangers gebruiken veel energie. Met je telefoon of laptop ben je daaraan gewend. Je hebt zelf de discipline opgebouwd om de batterijen regelmatig op te laden. Bij draadloze sensornetwerken is het echter problematisch als de batterijen regelmatig moeten worden vervangen, vanwege de grote aantallen.
Ter illustratie even een rekenvoorbeeld. De beheerder van een groot kantoorgebouw overweegt om de tweeduizend ramen van zijn complex met antidiefstalsensoren uit te rusten. Een integrator van draadloze sensornetwerken ontwikkelt de toepassing en komt met een voorstel waarin de sensoren van stroom worden voorzien met batterijen die gemiddeld vijf jaar meegaan. ’Vijf jaar is mooi‘, zegt de gebouwenbeheerder, ’maar die batterijen gaan niet allemaal even snel leeg, dus ik zal algauw dagelijks ergens een batterij moeten vervangen. Vijf jaar komt namelijk overeen met zo‘n tweeduizend dagen.‘

