Nederland wil gidsland zijn voor slimme mobiliteit. De zelfrijdende auto is een van de hoofdthema’s bij zijn EU-voorzitterschap in de eerste helft van 2016. Maar als we de doorstroming van het verkeer niet verbeteren, staat die wagen ook gewoon stil in de file. Pim Grol van Fourtress bespreekt de stand van zaken in slimme mobiliteit op de Nederlandse wegen.
Als we heden ten dage in de auto stappen, gaan we er eigenlijk al vanuit dat we ergens op de route vertraging zullen ondervinden. Om beter geïnformeerd te zijn, raadplegen we van tevoren (pre-trip) en onderweg (on-trip) allerlei online diensten die ons zo exact mogelijk vertellen wat ons te wachten staat. Waar staan de files? Zijn er wegwerkzaamheden met omleidingen? Kan ik mijn auto kwijt op de plaats van bestemming? Navigatiesystemen vertellen ons al meer dan alleen de route en informeren ons bijvoorbeeld over de aankomsttijd, de ETA (estimated time of arrival), op basis van files en werkzaamheden.
Al deze informatie is gebaseerd op langeafstandscommunicatietechnologie zoals 3G en 4G. Hierbij is er een latency van meerdere minuten, omdat de dataverwerking van alle bronnen tot in de auto nu eenmaal tijd kost. Met soortgelijke vertraging hebben we nu nog te maken wanneer we de informatie op de matrixborden boven de weg willen gebruiken in boordcomputers. Deze vorm van communicatie vormt de basis voor zogeheten connected informatiediensten, waar bijvoorbeeld de Praktijkproef Amsterdam en Brabant In-Car III gebruik van maken.

