Demissionair minister Van der Hoeven wil slimme energiemeters eerst in een kleinschalige proef uitproberen, voordat ze tot grootschalige uitrol overgaat. Dat schrijft ze aan het parlement naar aanleiding van een analyse van de Kema. Daarin staat onder meer dat er alleen een businesscase is als minstens vier op de vijf huishoudens voor de slimme meter kiest.
Met de term ’slim‘ doelt de minister op een energiemeter die zijn standen via telefoon- of internetlijn kan doorgeven aan de energiemaatschappij. Die kan daardoor eenvoudiger gegevens verzamelen. De meter moet ook bijdragen aan energiebesparing door de consument meer inzicht te geven in zijn verbruik.
Oorspronkelijk wilde de minister de energiemeter verplicht stellen, maar de Eerste Kamer voelde daar niks voor. Bovendien vond de Senaat dat dat voorstel de privacy in het geding bracht, omdat de energiemaatschappij elk moment de gegevens zou kunnen inzien.
