Als eenvoudige boerenzoon uit Oirschot kan ik het nog steeds moeilijk bevatten. Het kabinet heeft afgelopen december nog eens 22 miljoen euro uitgetrokken voor het laten verbeteren van de aanvragen voor technologische topinstituten. Voor die programma‘s is dit jaar zo‘n 500 miljoen euro beschikbaar. Bijna een tiende stroomt dus in de ambtelijke molen om het papier tot een politiek acceptabele brok te kneden. Wat een ballast.
Politiek acceptabel. Die woorden drongen zich bij mij op bij het nalezen van de presentatie die Theo Boshuisen afgelopen 10 maart gaf op het ministerie van EZ (www.htsprogramme.nl/over.html, verplichte kost voor hightechspelers). Boshuisen houdt daarin een pleidooi voor een High-tech Systems-programma dat hij momenteel samen met mechatronicazwaargewicht Jan van Eijk trekt. Dit programma is een samensmelting van het Dutch Manufacturing Institute en het Precisie-instituut. Een doorbraak die honorering verdient, maar dat terzijde.
Zoals iedereen weet, stamt de kreet ’mechatronica‘ uit de jaren tachtig. Het is een samensmelting van mechanica en elektronica. Maar in de jaren negentig was daar de softwaretornado. De invloed van embedded software en systemen kwam zo snel op en was zo overweldigend dat het zelfs sommige grote bedrijven in het zuiden en oosten van Nederland bijna de kop kostte. Zoals informatietechnologie de maatschappij op zijn kop zette, zo veranderde embedded software het wezen van de machinebouw en hightechindustrie. Technische software regelt alles tot in de puntjes, meldt mankementen, vult statistieken, stelt diagnoses, geeft aanwijzingen en zorgt op een lager niveau voor snelheid en nanometerprecisie.

