Om in de toekomst over te kunnen schakelen naar een duurzame energievoorziening, zijn verschillende veranderingen nodig, onder meer in gedrag en infrastructuur. Het Vlaamse onderzoeksproject Linear neemt die onder de loep. Belangrijk is dat het comfort van gezinnen voorrang krijgt op de noden van het systeem, maar tegelijkertijd moet het ook technisch en economisch interessant blijven voor energieleveranciers en netbeheerders.
Schone energiebronnen zoals wind of zon zijn niet stabiel: windturbines leveren alleen elektriciteit als het waait, fotovoltaïsche installaties als de zon schijnt. Dat staat haaks op ons huidige elektriciteitssysteem waarin we energie verbruiken wanneer het ons uitkomt. Nu wordt het net nog ieder moment in evenwicht gehouden door elektriciteitscentrales die hun productie aanpassen aan de energievraag. Deze manier van regelen heeft jarenlang uitstekend gefunctioneerd met enkele tientallen centrales, nucleaire en fossiele, voor miljoenen consumenten.
Maar nu willen we de energiemix vervangen door intermitterende bronnen. We kunnen ook niet meer spreken van tientallen centrales want consumenten worden pro-sumenten. Vlaanderen telt ongeveer twee miljoen gebouwen en meer dan 230 duizend fotovoltaïsche installaties voor zes miljoen inwoners. Aangezien zonnepanelen niet meer energie zullen produceren omdat ons verbruik plots stijgt, is het de uitdaging om zo veel mogelijk verbruik te verschuiven naar periodes met veel energie.

