Het Interstedelijk Studentenoverleg zegt er steeds vaker over te horen: studenten die overwegen van een technische bachelor door te stromen naar een niet-technische master. Ze zijn dan in één in plaats van twee jaar klaar en hoeven dus minder in zichzelf te investeren, want studiefinanciering is er niet meer in de masterfase. Ook zijn ze beducht voor de langstudeerboete, die ze denken te kunnen vermijden door een minder moeilijke studie te doen.
Of het echt zo‘n vaart zal lopen met de vluchtstudent, of met jongere generaties die maar helemaal niet meer aan een bètastudie beginnen, zal moeten blijken als staatssecretaris Zijlstra (OCW) zijn wetsvoorstellen door de Kamer heeft weten te loodsen. Desalniettemin is op voorhand duidelijk dat er van zijn maatregelen in ieder geval géén stimulerende werking uitgaat op de aanwas van natuurwetenschappelijke disciplines.
Opmerkelijk genoeg is de industrie nu juist begonnen de overheid te bewegen om de bèta-instroom méér te sturen. Door vergrijzing, impopulariteit van het vak en algemene krapte op de arbeidsmarkt ziet zij het tekort aan werknemers de komende jaren dusdanig oplopen dat alleen een ’zachte‘ aanpak niet meer volstaat. Initiatieven om kinderen en scholieren vroeger en vaker met techniek in aanraking te brengen, zijn prijzenswaardig, maar onvoldoende gebleken. Weliswaar trekt de instroom van technische opleidingen al enkele jaren aan, maar dat loopt min of meer in de pas met de stijging bij alle opleidingen tezamen. De dalende trend van tien jaar geleden is dus slechts gekeerd.

