Net zoals in Zuid-Nederland zien we de laatste jaren in België de relaties tussen OEM-bedrijven en toeleveranciers veranderen. OEM‘s kunnen de snelle evoluties in gebruikte technologieën niet blijven volgen en vragen steeds meer kant-en-klare modules van hun toeleveranciers. Hierdoor gaan de businessmodellen meer naar co-engineering, met een bijbehorende verschuiving van risico‘s en beloning naar de toeleverancier.
De Belgische industrie moet meer gaan samenwerken, en wel buiten de klassieke OEM-toeleveranciersrelatie. Dat zei WTCM-topman Jos Pinte onlangs in dit blad. Daarom riep het WTCM het FMTC-onderzoekscentrum in het leven, dat al het gemeenschappelijk wetenschappelijk onderzoek op middellange termijn voor de vijftien deelnemende bedrijven uitvoert. Met het Europese Manufuture-platform wil de Belgische technologiefederatie Agoria die samenwerking nog uitbreiden met Europese partners.
Volgens FMTC-directeur Marc Engels bestaan de relaties tussen OEM‘s en toeleveranciers al lang, maar samenwerkingsverbanden tussen complementaire partijen zijn van vrij recente datum. Engels noemt de Senseo als een succesvol resultaat van een innovatieve samenwerking tussen Philips en Douwe Egberts. ’Momenteel vinden we van dit soort samenwerkingen nog maar weinig sprekende voorbeelden in de Vlaamse industrie‘, zegt hij. ’We zien in Vlaanderen wel samenwerkingen gebeuren tussen niet-concurrerende OEM‘s voor logistiek, onderhoud, onderzoek, personeel, productietechnieken, testinfrastructuur of wisselstukken. De Vlaamse mechatronica-industrie heeft onder impuls van Agoria een hele weg afgelegd, wat uiteindelijk tot het onderzoekscentrum FMTC heeft geleid.‘

