De TU Eindhoven en Philips Apptech en vier andere universiteiten gaan een database opzetten waarmee lerende robots hun ervaringen met elkaar kunnen uitwisselen. Daarmee moet het aanpassen aan nieuwe omgevingen sneller gaan: in essentie gebeurt het leren parallel in meerdere robots. Het probleem met lerende machines is dat ze een aangeleerde taak vaak niet kunnen toepassen in een veranderde omgeving. Eerst moeten ze zich weer een beeld vormen van die nieuwe omgeving. Het RoboEarth-project heeft een budget van 5,6 miljoen euro en een looptijd van vier jaar.
De TUE krijgt de leiding over het project. Naast de Nederlandse partners zijn ook de Duitse universiteiten van Stuttgart en München, de Spaanse universiteit van Zaragoza en het Zwitserse ETH Zürich betrokken bij het project. Elk van de partners zal een robot opstellen en trainen in hun eigen demonstratieomgeving. Een van de taken zal zijn om in een ziekenhuis patiënten van drinken te voorzien.

