Sinds Linux gemeengoed is, is er ook continu belangstelling voor open source, vrije software en alles wat daarmee te maken heeft. Een heet hangijzer zowel voor zelfstandige ontwikkelaars als voor bedrijven, blijft de licensing van deze software en de impact daarvan op producten waarin open-source software wordt gebruikt. Sommige bedrijven hebben het gebruik van open-source in hun producten verboden uit angst eigen code weg te moeten geven. Anderen kiezen er juist voor om de broncode van hun producten vrij te geven en van de servicecontracten hun bron van inkomsten te maken. Tussen deze twee uitersten ligt een grijs gebied, waarin het afhankelijk van de toegepaste licentie is of, en zo ja hoe, een stuk software gebruikt mag worden.
In ’Understanding open source and free software licensing‘ zet Andrew St. Laurent de belangrijkste licenties op een rijtje en licht toe wat de verschillen zijn. De gekozen vorm, geannoteerde beschrijving van een dertiental licenties, nodigt niet uit om het boek van voor tot achter te lezen, maar daar is het ook niet voor bedoeld. De hoofdstukken om de licenties heen beschrijven de belangrijkste verschillen en geven een indruk van de filosofie waarop de open-source- en vrije-softwarebewegingen zijn gebaseerd. Het boek is overigens geen vervanging van de bedrijfsjurist.