Na een jarenlange stijging dalen de Vlaamse publieke R&D-uitgaven in 2007, van 0,73 procent van het BBP (Bruto Binnenlands Product) vorig jaar naar 0,69 procent dit jaar. Dat schat het ministerie van Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) in zijn Speurgids 2007. De Lissabon-doelstelling voor Vlaanderen lijkt daarmee verder weg dan ooit. Die stelt dat het totaal van de publieke en private investeringen in de Europese landen in 2010 op 3 procent van hun BBP moeten uitkomen. Alleen Italië en Ierland doen het slechter in de EU15.
’Vlaanderen is helemaal geen topregio. Integendeel, onze O&O-bestedingen vertonen zelfs een negatieve groei‘, zegt Rudy Aernoudt, secretaris-generaal van EWI. In totaal besteedde de Vlaamse overheid ruim 25 miljoen euro ofwel 1,3 procent minder aan R&D dan in 2006. De private uitgaven bleven procentueel op hetzelfde niveau.
Het EWI pleit nu voor grotere investeringen en om een betere afstemming tussen federaal en lokaal beleid. Maar het ministerie benadrukt dat de 3-procentsnorm ’niet als een fetisj mag worden gezien‘. Met name de gebruikte methode om de uitgaven te berekenen kan op kritiek rekenen. Fiscale maatregelen tellen hier niet in mee en veel R&D-geld gaat in andere landen naar defensie. Ierland, zo wijst EWI er fijntjes op, is de Europese hekkensluiter op het gebied van publieke R&D-uitgaven, maar doet het economisch erg goed.
