We worden overstelpt met ronkende 5g-beloftes. Maar wat is er nou precies voor nodig om die werkelijkheid te laten worden en hoe gaan we het allemaal maken? Industrieveteraan Pieter Hooijmans laat er zijn licht over schijnen.
Je kunt vandaag de dag geen technisch tijdschrift of nieuwssite openen noch conferenties bezoeken zonder te worden overstelpt met ronkende 5g-beloftes: waar en wanneer we dat willen, krijgen we Gb/s draadloos internet. En wel binnenkort. Deze vijfde generatie mobiele technologie moet de huidige zeer succesvolle 4g-lte-technologie gaan opvolgen dan wel complementeren. De noodzaak van zulke hoge mobiele brandbreedtes zal ik hier niet ter discussie stellen, laat staan betwijfelen, want de geschiedenis leert dat we alle beschikbare bandbreedte snel opgebruiken.
Om gigabits per seconde te realiseren, is veel frequentiebandbreedte nodig, zelfs in combinatie met de moderne hogere orde modulatietechnieken. Vooral voor mobiele applicaties is de uitdaging dat een hoge relatieve bandbreedte (bandbreedte gedeeld door de draaggolffrequentie) leidt tot hogere vermogensdissipatie en dus kortere batterijduur. Het eenvoudigste voorbeeld zijn breedbandfilters: hoe breedbandiger het filter, hoe groter de verliezen, en dus zijn extra versterkertrappen nodig om het signaalniveau op te krikken, met extra stroomverbruik tot gevolg.
