Te midden van de cijfers over het eerste kwartaal – een omzetstijging van 275 miljoen naar 5,3 miljard euro ten opzichte van vorig jaar en een winstdaling van 63 miljoen naar 138 miljoen euro – maakt Philips bekend dat het de tv-activiteiten buiten het concern plaatst. Het voormalige paradepaardje komt in zijn geheel in een joint venture met TPV uit Hongkong. Philips krijgt een minderheidsaandeel van dertig procent.
De Philips-naam blijft wel op de televisies staan. Het management van de tv-tak en alle 3600 medewerkers gaan over naar de joint venture, die volledig verantwoordelijk wordt voor ontwerp, productie tot aan verkoop van de tv‘s over heel de wereld, met uitzondering van China, India, Noord-Amerika en enkele Zuid-Amerikaanse landen – daarvoor lopen reeds licentiedeals met TPV zelf, Videocon en Funai. De joint venture krijgt de licentierechten dit en komend jaar gratis mee van Philips, maar zal vanaf 2013 minstens 2,2 procent van de omzet overmaken naar Amsterdam – of minstens vijftig miljoen.
Het wegduwen van de tv-activiteiten zat er al een tijdje aan te komen. De business – in 2000 nog de helft van de consumentenactiviteiten – draait al jaren slecht en het lukt Philips maar niet om dat om te buigen. Met een nieuw, apart, bedrijf zou dat wel kunnen. ’Het partnerschap zal helpen om de schaal en focus te creëren die nodig is voor onze televisiebusiness om weer winstgevend te worden en om succesvol te zijn in de zeer dynamische televisie-industrie‘, zegt de kersverse Philips-CEO Frans van Houten in een verklaring. ’Het partnerschap zal de kracht van het Philips-merk, innovatiekracht en handelsrelaties benutten met de toegevoegde schaal en productiesterktes van TPV.‘

