Onderzoekers van het Kavli Institute of Nanoscience aan de TU Delft schrijven in Nature Nanotechnology dat individuele chlooratomen op een koperoppervlak gebruikt kunnen worden voor robuuste dataopslag. Door de chlooratomen met een atoomkrachtmicroscoop te verschuiven, konden ze bitpatronen aanbrengen waarmee ze in totaal achtduizend bytes konden coderen op een stukje koper van slechts honderd nanometer breed, compleet met metadata over begrenzingen van bestanden en beschadigde sectoren.
De chlooratomen schikken zich op de koperdrager in een reguliere matrix. Het maakt daarbij niet uit of er chlooratomen ontbreken op sommige posities. Dankzij dat principe konden de Delftenaren het materiaal als grote schuifpuzzel beschouwen; de chlooratomen zijn met een scanning tunneling microscope (stm) naar een specifieke plek in het rooster te duwen. Voor een geheugencel worden twee posities in het koperrooster gereserveerd, waarop één chlooratoom wordt aangebracht. Door deze in de bovenste dan wel onderste positie te schuiven, zijn respectievelijk een 1 of 0 te coderen.
De capaciteit van het geheugen komt neer op tachtig terabit per vierkante centimeter. De aanduiding ‘stabiel’ is op het moment nog relatief; het werk werd uitgevoerd bij een temperatuur van 77 Kelvin, in vacuüm. De onderzoekers menen echter dat er voldoende aanknopingspunten zijn om dit naar kamertemperatuur te schalen.

