Magische ringen, moleculaire naald en draad en een draaiend glazen staafje vormen de opmaat voor een nieuwe industriële revolutie, denkt het Nobelprijscomité.
De Nobelprijswinnaars voor de scheikunde van dit jaar hebben veel gemeen met de grondleggers van de industriële revolutie, stelt het Nobelprijscomité. De eerste ingenieurs lieten assen en wielen draaien, en chemici Jean-Pierre Sauvage, Fraser Stoddart en Ben Feringa deden dat op nanoniveau nog eens dunnetjes over. En net zoals machines en elektriciteit de wereld voorgoed veranderden, zo luidt ook het werk van de laureaten een nieuw tijdperk in, denken de Zweden.
De chemische wetenschap was aanvankelijk vooral gericht op synthese van steeds complexere verbindingen. Halverwege de vorige eeuw durfden enkele chemici echter de bakens te verzetten. Als zij atomen aan elkaar konden plakken tot moleculen, konden zij dan ook moleculen aan elkaar klinken tot supermoleculen? Een kracht die de moleculen bij elkaar houdt, is daarvoor niet eens nodig, realiseerden ze zich: twee ringvormige moleculen moeten in elkaar kunnen haken tot een niet-deelbaar geheel, als de magische ringen van een goochelaar.

