Al enkele decennia ligt er nucleaire technologie op de plank die veel schoner en veiliger belooft te zijn dan de huidige kerncentrales: gesmoltenzoutreactoren die op thorium draaien. De TU Delft coördineert een Europees project om deze technologie nieuw leven in te blazen.
Kernenergie is over zijn hoogtepunt heen, zo lijkt het. Na de oliecrisis in de jaren zeventig werd de technologie massaal omarmd om de afhankelijkheid van olie te reduceren, maar na de Tsjernobyl-ramp in 1986 koelde dat enthousiasme in rap tempo af. Op mondiaal niveau is het aantal kerncentrales sindsdien weliswaar ongeveer gelijk gebleven, maar dat is grotendeels het resultaat van nieuwbouw in Azië, die sluitingen in het westen compenseert. Na Fukushima heeft kernenergie echter ook in het Verre Oosten een knauw gekregen.
Vanuit het perspectief van klimaatverandering is dat frustrerend. Want kernenergie mag de nodige veiligheidsrisico’s en een levensgroot afvalprobleem met zich meebrengen, CO2 stoot een kerncentrale amper uit. In die zin is hij net zo schoon als een windmolenpark of zonnecentrale. Een kerncentrale werkt bovendien dag in, dag uit de hele dag door.

