Voor zijn nieuwe FPGA-generatie op 28 nanometer heeft Altera een nieuw type DSP-blok ontwikkeld met een instelbare databreedte. Andere belangrijke troef: floating-pointvermenigvuldigingen.
De juiste balans tussen herconfigureerbaarheid en vastgelegde functionaliteit in FPGA‘s is lastig te vinden. Herconfigureerbaarheid is natuurlijk de kracht van de FPGA, maar komt met een zekere overhead ten opzichte van applicatiespecifieke hardware. FPGA-makers doorspekken hun programmeerbare silicium daarom met hardwareblokken als I/O- en geheugencontrollers, processorcores en DSP-blokken, die aanzienlijk efficiënter werken. Maar het is niet makkelijk om iedereen hierin tevreden te stellen. Wat voor de ene toepassing goed werkt, kan voor de andere de plank volledig misslaan.
Dit conflict speelt zich ook af binnen DSP-blokken. Traditioneel kunnen deze getallen van 18 bit met elkaar vermenigvuldigen. ’In de draadloosmarkt is tachtig tot negentig procent van de bewerkingen achttien bij achttien, maar in radar is dat maar vijftig procent, de andere helft is 18 bij 25. En bij video is alles weer achttien bij achttien of minder‘, vertelt Michael Parker van Altera. Hij was nauw betrokken bij de ontwikkeling van het nieuwe type DSP-blok voor Altera‘s nieuwe 28-nanometergeneratie.